Stemrecht voor mensen die onder curatele staan
In maart worden er weer verkiezingen gehouden. Maar wat zijn nu precies de regels rondom het stemrecht van mensen die onder curatele staan?
Wie mag kiezen?
Het criterium om te mogen stemmen is of iemand zijn eigen wil kan bepalen en of hij zelfstandig zijn stem kan uitbrengen in het stemhokje. (art. J 28 van de Kieswet)
Daarbij doen zich de volgende vier mogelijkheden voor:
· Iemand is in staat zijn wil te bepalen en is in staat zelfstandig zijn stem uit te brengen. In dat geval kan hij stemmen
· Iemand is in staat zijn wil te bepalen, maar niet in staat om het stembiljet in te vullen of de stemmachine te bedienen
· Bij een fysieke beperking is hulp in het stemhokje toegestaan.
· Iemand is niet in staat zijn wil te bepalen, maar wel om het stembiljet in te vullen of de stemmachine te bedienen.
In dit geval mag iemand niet stemmen
· Iemand is niet in staat zijn wil te bepalen én niet in staat om zelfstandig het stembiljet in te vullen of de stemmachine te bedienen. In dit geval mag iemand niet stemmen.
Onder curatele
Als iemand onder curatele staat wordt de curator geacht te weten of iemand zelfstandig zijn wil kan bepalen. Als dat zo is, is het vervolgens aan de voorzitter van het stemlokaal om erop toe te zien dat de curandus zelfstandig het stemhokje in gaat (tenzij er dus tevens sprake is van een lichamelijke beperking). Dat er een grensgebied bestaat waarin het moeilijk te beoordelen of iemand in staat is zijn wil te bepalen wordt door de kiesraad erkend. Maar het is niet aan de medewerkers van het stembureau om te beoordelen of iemand wel of niet in staat is zijn wil te bepalen. Vandaar alleen het criterium dat iemand zelfstandig in het kieshokje het stembiljet moet kunnen invullen.
Voor stemmen bij volmacht is een handtekening nodig van degene die de machtiging aanvraagt. Ook hier geldt dat wanneer iemand een handtekening kan zetten hij in staat wordt geacht zijn wil te bepalen. Dat ook dit geen waterdichte regeling is spreekt voor zich. Curatoren die bewust misbruik maken van hun positie gaan vrijuit, maar dat neemt de wetgever ‘op de koop toe’.