Kinderwens geen kwestie van emancipatie alleen
Emancipatie was jarenlang een belangrijke drijfveer achter het proces van vermaatschappelijking van de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap. Het recht op een zo gewoon mogelijk bestaan wordt inmiddels door iedereen, in ieder geval met de mond, beleden. Als het gaat om thema’s als ouderschap en kinderwens raken we echter een gevoelig onderwerp en komt de vraag naar de grens van de emancipatie in beeld.
Een aantal mensen huldigt het standpunt dat ook op het gebied van ouderschap van mensen met een verstandelijke handicap gelijkwaardig burgerschap het uitgangspunt moet zijn. En dus brengt emancipatie van mensen met een verstandelijke handicap met zich mee dat zij net als ieder ander recht hebben op het ouderschap. Met dat soort standpunten beweegt de discussie over de emancipatie van mensen met een verstandelijke handicap zich naar mijn mening in een ongewenste richting en verengt zij zich tot een rechtendiscussie. Ik mis de overdenking vanuit een ethisch en maatschappelijk perspectief.
Het thema kwam twee maanden geleden al eens aan de orde in het programma Netwerk, waar zorgaanbieder Kees de Jong van SPZ te Nunspeet het recht op ouderschap van mensen met een verstandelijke handicap kritisch onder de loep nam. Voor een zorgverlener is de begeleiding van mensen met een verstandelijke handicap die tevens ouder zijn, behoorlijk problematisch. Vanuit zijn professionaliteit verleent De Jong uiteraard zorg aan ouders met kinderen, maar of het ouderschap van mensen met een handicap het gewenste eindpunt van de emancipatie moet zijn, is voor hem een essentiële vraag. En eind april kwam staatssecretaris Ross in het nieuws met haar uitspraak: “Als verantwoord ouderschap uitsluitend mogelijk is dankzij een ondersteunend netwerk, dan moet een ontmoedigingsbeleid worden gevoerd. Prioriteit heeft inzetten op anticonceptie en op voorlichting over seksualiteit.” Volop aandacht dus voor dit onderwerp.
De kinderwens van paren met een verstandelijke handicap valt niet te ontkennen. Als ouderparen een kind willen en er wordt een kind geboren, hebben we als samenleving zorg te bieden. Gelijktijdig staan we hier voor een dilemma: het vrije recht op ouderschap versus de gevolgen die dat ouderschap met zich mee kan brengen voor het kind. Het heeft er soms veel van weg dat we zulke dilemma’s uitsluitend kunnen bespreken in het kader van ‘recht hebben op’ en ‘wij willen kinderen’. In werkelijkheid zou het gesprek veel meer moeten gaan over de waarden die aan deze standpunten ten grondslag liggen.
Als het gaat om het recht op werk voor mensen met een verstandelijke handicap zeg ik snel: ja, dat recht hebben zij! Als samenleving moeten we er werk van maken om dit recht in te vullen. Maar bij ouderschap is er meer dan alleen de wens van het (echt)paar. Bij ouderschap is er ook sprake van het op je nemen van de verantwoordelijkheid, van de plicht om een kind op te voeden. Nu valt er ook bij niet gehandicapte ouders over die verantwoordelijkheid en plicht het nodige aan te merken, maar het is evident dat mensen met een verstandelijke handicap hierbij in heel veel gevallen ondersteuning nodig hebben van ouders, familie, sociale netwerken en professionals. Het is de vraag of die vraag naar ondersteuning niet te gemakkelijk als vanzelfsprekend aanwezig wordt geacht. Het is ook de vraag of zo een opvoedingsomgeving wordt geschapen die gewenst is. En dan blijft nog een veel zwaarwegender vraag over: wat is het recht van het kind? Als rechten gaan botsen is verdere verkenning nodig.
We zouden het gesprek over het ouderschap al vroeg met de gehandicapte mensen zelf moeten beginnen; te voeren door de ouders, thuis in de eigen omgeving. De inhoud van dat gesprek zou moeten zijn om rechten af te wegen tegen plichten en verantwoordelijkheden. In het gezin vindt primair de uitwisseling van waarden, argumenten, gevoelens, wensen en (on)mogelijkheden plaats. In die sfeer speelt een discussie op basis van rechten - als het goed is - geen dominante rol. Niet dat het gesprek daardoor makkelijker wordt; het blijft voor ouders en andere opvoeders een uiterst lastig onderwerp. De uitkomst van dat gesprek kan leiden tot het besluit om af te zien van het ouderschap.
Het gesprek over kinderwens, ouderschap en anticonceptie is door een advies van de Gezondheidsraad en het standpunt van staatssecretaris Ross verlegd van het privé domein naar het publieke domein. Ik denk, dat het nuttig is dat de discussie in het publieke domein over ouderschap van mensen met een handicap vooral wordt ondersteund met een breder normatief kader. Organisaties van ouders en mensen met een verstandelijke handicap doen er goed aan het gesprek over dat thema in eigen huis nader en met meer diepgang te voeren.
Een debat vanuit rechten en emancipatie alleen is in ieder geval te smal.
Jan Westert
Gepubliceerd in o.a Philadelphia Plein nr. 3 - 2004